2. Drank en kaarslicht

Behalve met kou en duisternis kampte heel Bulgarije die winter met grote problemen in de stroomvoorziening. De vier zwaar verouderde kerncentrales in Kozloduy, in 1974 en ’75 en in 1981 en ’82 in productie genomen, lagen stil voor onderhoud. De overheid was noodgedwongen overgegaan op een landelijke rantsoenering. In de praktijk kwam dit neer op drie uur stroom, een uur zonder, weer drie uur stroom en zo maar door. Maar niemand keek er raar van op als er opeens een black-out tussendoor kwam. Of als een reguliere onderbreking twee keer zolang duurde. 

In 1991 was Bulgarije volgens het Internationaal Atoom en Energie Agentschap (IAEA) voor 34 procent afhankelijk van kernenergie. Een team van 32 experts uit 21 verschillende landen was een jaar eerder begonnen met een stevig onderzoek naar de veiligheid van in totaal tien oudere kerncentrales in het voormalig Tsjechoslowakije, de Russische Federatie èn Bulgarije. Deze centrales van het zogeheten WWER-440/230 type kwamen allemaal van dezelfde tekentafel in de Sovjet-Unie.

Al snel werd het de onderzoekers van de internationale atoomwaakhond duidelijk dat er van alles aan de centrales mankeerde. De situatie in Bulgarije was dermate ernstig dat de hoogste baas van de IAEA in juni 1991 er bij de premier op aandrong om meteen een aantal noodzakelijke maatregelen te nemen. Zo waren de centrales in Kozloduy onvoldoende bestand tegen aardbevingen. Dat bleek al in 1977 tijdens een zware beving in de Roemeense regio Vrancea, aan de oostkant van de Karpaten. Daarbij raakten de centrales licht beschadigd. Die beving had een kracht van 7.2 op de schaal van Richter en was voelbaar in de hele Balkan. 

Er vielen in Roemenië bijna 1600 doden en ruim 11.000 gewonden (1). Ook in Bulgarije waren er enkele slachtoffers. Bij daaropvolgende bevingen in dezelfde regio in 1986 (kracht 6.9) en 1990 (6.7) werden de centrales opnieuw geraakt. Het aantal slachtoffers en de schade waren beide keren aanzienlijk minder, maar al met al bleken de kerncentrales allesbehalve aardbevingsbestendig. 

Het uiteindelijke rapport van de IAEA zou in in mei 1992 worden gepubliceerd (2). De bevindingen logen er niet om: er werden bij dit type centrale in totaal zo’n honderd veiligheidsproblemen vastgesteld. Daarvan golden er zo’n zestig als ‘zeer serieus’ die om ‘onmiddellijke aandacht’ vroegen. Uiteindelijk zouden de centrales stil worden gelegd.

Tijdens die winter van ’92 waren de kaarsen niet aan te slepen. Net zo min als het stookhout, de kolen en de briketten voor de nog veel gebruikte tegelkachels. De vaak windstille dagen werden gerookt en gekleurd door de kenmerkende geur van hout- en kolenstook. Daar kwamen de uitlaatgassen van de vele krakkemikkige Lada’s, Skoda’s en Trabantjes nog eens bij. De vettige rook sloeg neer op alles en iedereen en kleefde aan je als plaksneeuw aan houten klompen. 

Maar de mensen maakten er het beste van. Als de stroom uitviel, gingen in de winkels de deuren dicht en in de kantoren de onderste bureauladen open. Er kwam salade, brood en worst op tafel. En drank, vooral wodka en rakija, de nationale drank gestookt van vruchten, vaak clandestien. Het alcoholpercentage bedroeg zo’n 70 tot 80 procent. Als de dop van de fles ging, zweefde er een verontrustende spiritusdamp je glas in. 

Mijn basiskamp tijdens dat eerste bezoek was de redactie van Morski Svyat in Varna, een vakblad voor de maritieme sector. De makers probeerden tegen de verdrukking, papierschaarste en andere tekorten in elke maand een nummer uit te brengen. Het contact was gelegd dankzij Vladimir, een naar Nederland uitgeweken Bulgaarse kunstenaar uit Varna en een goede kennis uit het café. Hij was bevriend met de hoofdredacteur. “Als je meer wilt weten over Bulgarije en over de Zwarte Zee kun je het beste daar beginnen”, had hij gezegd. “Het zijn prima mensen en ze zullen je graag verder helpen.” 

1. Mare Incognitum

“Hoeveel kilometer ligt Varna van Sarajevo vandaan? Kun je bij jullie de bommen horen?”

Voorzitter Hristo Tzetvkov van de plaatselijke watersportclub kijkt een beetje mismoedig. In het clubhuis van de marina in Varna, Bulgarije, herhaalt hij de vraag van een buitenlandse jachteigenaar. Die wilde eerder dit jaar weten of ‘de Zwarte Zee nou eigenlijk wel veilig was’. Hristo haalt nog maar eens zijn schouders op, ontmoedigd door zoveel onbegrip. 

Enkele zeilers vallen hem bij. “Weet je wat het is?”, zegt Vladimir Troitsky, schipper van het Russische jacht Hermes en deze dagen te gast in de Bulgaarse havenstad, “‘Zwarte Zee’ klinkt negatief, gevaarlijk. Mensen hebben geen idee van wat hier allemaal is te vinden. Voor West-Europeanen is de Zwarte Zee Mare Incognitum.” 

Het is half juni 1992. Het begin van dit laatste decennium is in Europa, evenals het einde van het vorige, stormachtig verlopen. In november 1989 is de Berlijnse Muur open gegaan en vorig jaar de Sovjet-Unie opgelost in vijftien losse republieken. Bijna zeventig jaar na de vorming van de USSR moeten die hun weg gaan vinden op het voor hen nog glibberige pad van democratie en kapitalisme. Of proberen halsstarrig vast te houden aan rode vlag en staatstoezicht. Of op zoek naar iets daartussenin. 

Hetzelfde geldt voor de voormalige leden van het Warschau-pact; landen als Oost-Duitsland, Roemenië, Bulgarije en Joegoslavië. De laatste is een triest geval apart. Na het overlijden van maarschalk Tito in 1980 is het land al uiteengevallen in verschillende deelrepublieken. Etnische conflicten en opkomend nationalisme in de diverse regio’s zijn in de jaren daarop de opmaat naar burgeroorlog en genocide. 

Twee maanden geleden is ruim 700 kilometer hiervandaan, zo’n dertien uur rijden met de auto, het beleg van de Bosnische hoofdstad Sarajevo begonnen. De Bosnisch-Servische troepen van president Radovan Karadžić hebben de stad omsingeld. De twee andere bevolkingsgroepen in Bosnië, de Bosnische Kroaten en de Bosniakken, hebben zich in februari in meerderheid in een referendum uitgesproken vóór afscheiding van de Federale Republiek Joegoslavië en de stichting van een onafhankelijk Bosnië-Herzegovina. 

Op hun beurt hebben de Bosnische Serviërs het referendum geboycot en hun eigen Volksrepubliek Servië gesticht, onder leiding van Karadžić. Wat volgt zal de geschiedenisboeken ingaan als de Bosnische oorlog. Een paar dagen nadat de uitkomst van het referendum wordt goedgekeurd, omsingelen de Bosnische Serven Sarajevo. Dit beleg zal bijna vier jaar duren en kost alleen al in Sarajevo ruim 12.000 burgerslachtoffers. In totaal komen er tijdens de Joegoslavische Burgeroorlog zo’n 140.000 mensen om. 

Het is allemaal ver weg van Varna, aan de Zwarte Zee. De havenstad koestert zich aan het begin van de zomer in een relatieve rust. Na Sofia en Plovdiv is het met ruim driehonderdduizend inwoners de derde stad van het land en (na Burgas) de op een na grootste haven van Bulgarije. 

Het is het tweede bezoek dit jaar, nieuwsgierig naar een land dat tientallen jaren lang voor de meeste westerlingen vrijwel hermetisch was afgesloten. De vorige keer was een paar maanden geleden en staat nog vers in het geheugen. Toen was het eind winter, bitter koud en voornamelijk donker. 

Iedereen zei: “Je moet echt terugkomen. Maar dan in de zomer.”