8. Tekenfilms

Terug in het appartement leefde iedereen mee met mijn zorgen om op tijd in Bulgarije te zijn. Samen met Petru was ik nog even in het station geweest om te kijken of er al schot in de zaak zat. Afgezien van vier man militie die iemand in elkaar beukten, viel er weinig te beleven. Mijn trein zou op zijn vroegst pas rond middernacht vertrekken. 

We keken tekenfilms en de soap Dallas en zagen een flauwe Jean-Paul Belmondo in een drakerige gooi-en-smijtfilm. De familie reageerde met kinderlijke blijheid en vond alles even prachtig, trots op de westerse zegeningen. “Vroeger? Ah, dat was niks. Nu is het veel beter ja?”, zei Petru terwijl hij de kleurentelevisie demonstreerde en zenders afzocht. 

Er werd een collega gebeld, in het rijke bezit van een auto. Ik was graag bereid om te betalen. Of hij mij naar Varna kon rijden? “Als je nu vier of vijf uur eerder had gebeld, toen had ik nog niets gedronken. Ik mag nu echt niet meer rijden. Als de politie mij pakt, kom ik in grote moeilijkheden. Dat kan me mijn baan kosten.”

Een taxichauffeur buiten op straat durfde het evenmin aan. Tot de grens was geen probleem. Maar verder? “No mister. Ze laten me er nooit door.”

Petru’s familie begon zich inmiddels oprecht ongerust te tonen. Ileana trok in elk geval een diepe frons toen ze hoorde dat ik ’s nachts alleen verder zou reizen. Ze gaf tips via Puka en Petru. “Zoek in elk geval iemand op die er een beetje betrouwbaar uitziet en ga daarbij in de coupé zitten. Of nog liever: zoek een groepje op. En pas op voor zigeunertypes.” 

‘Dsjapdserap’, zo klonk de uitdrukking die ze gebruikte voor beroving.

Uiteindelijk bracht Petru me naar het station, maar niet nadat er vriendelijk afscheid was genomen en adressen waren uitgewisseld. Ik moest plechtig beloven om op de terugweg langs te komen. Op het station was nog tijd voor een kop koffie. Petru haalde wat snoep voor mij. “Voor onderweg.”