We liepen op straat. In het centrum patrouilleerde een opvallende, gloednieuwe Chevrolet, zo weggereden uit een Amerikaanse tv-serie. “Een geschenk van de Amerikaanse overheid aan onze politie. Zij hebben twee van zulke wagens gekregen. Hopelijk wil Amerika meer hulp geven. We need it.”
Petru leek van alles op de hoogte. Hij wilde me zijn stad laten zien en leek nu een stuk vrolijker. Bij het verlaten van een metro-uitgang in de buurt van de universiteit wees hij op kogelgaten. De muurtjes van de entree langs de trappen waren in de decemberdagen van ’89 gebruikt als borstwering. Wild maaiend met een denkbeeldig machinegeweer liep mijn gids voor me uit, dook af en toe weg om ratelend zijn rol in de omwenteling te onderstrepen. Geen misverstanden: hij had meegevochten aan de kant van het volk.
De doden die hier waren gevallen, werden ruim een jaar na dato nog steeds geëerd met tuiltjes bloemen en dunne brandende kaarsen. Terwijl aan een kant van het universiteitsgebouw een oude vrouw een verse muurkrant probeerde op te plakken, leegde om de hoek en buiten haar beeld een man onverschillig zijn blaas tegen de donkere muur. Petru zag het niet. Hij was doorgelopen en schamperde over de wrakke bussen en de kapotte telefooncellen. “Hier, kijk mijn vriend. Dit is het Roemenië van vandaag,” zei hij hoofdschuddend.
Op het Universiteitsplein stond ik in gedachten even stil bij de balkonscène van Ceaușescu, op die gedenkwaardige 21 december 1989. Een paar dagen daarvoor was in Timișoara het verzet uitgebroken toen de Securitate de kritische predikant László Tőkés wilde oppakken. Het verzet mondde de dagen daarop uit in veldslagen met het leger en de staatsveiligheidsdienst, waarbij tanks werden ingezet tegen de bevolking en met scherp werd geschoten. Maar de opstand werd zo massaal dat op 20 december het leger zich uit Timișoara moest terugtrekken.
Berichten over wat er in Timișoara gebeurde, vonden die week maar langzaam hun weg naar de hoofdstad. Daar dacht de Geliefde Grote Leider op 21 december vanaf het balkon van het gebouw van het Centraal Comité duidelijk te maken dat hij nog steeds de baas was. Maar in plaats van het gebruikelijke plichtmatige applaus en geregisseerde gejuich klonk er dit keer gejoel dat door steeds meer mensen werd overgenomen. De Ceaușescu’s en hun apparatsjiks keken vanaf het balkon vol ongeloof en afgrijzen toe.
Een dag later bestormden duizenden betogers datzelfde hoofdkantoor van het Centraal Comité. Het leger hield zich afzijdig. En nog een dag later probeerden de Ceaușescu’s per helikopter vergeefs te vluchten, waarbij ze werden gearresteerd.
Op 25 december 1989 werden Nicolae en Elena Ceaușescu ter dood veroordeeld en nog diezelfde dag door een vuurpeloton geëxecuteerd.