
Het was die dag helemaal niet zulk slecht weer geweest. In elk geval had het niet gevroren, het was zelfs een graad of tien. De wind uit het zuidwesten bracht bewolking en van tijd tot tijd regende het wel, maar het weer was heel wat slechter geweest.
Op de laatste dag van het jaar had een zware westerstorm overal langs de Maas voor dijkdoorbraken gezorgd, en voor veel schade. Het water in de rivieren was fors gestegen; in ’s Hertogenbosch stond het ruim zes meter boven AP.
Het was maandag 27 januari 1834 en nog aardedonker. Op het zuidelijk halfrond zeilde Charles Darwin met de Beagle langs de Latijns-Amerikaanse kust en had kerstmis gevierd op Patagonië. In Groot-Brittannië was een klein half jaar terug besloten om de slavernij af te schaffen. Wagner had net zijn eerste opera voltooid, Die Feen. Mendelssohn was begonnen aan zijn pianowerken Lieder ohne Worte.
Dichter bij huis worstelde Nederland met de naweeën van de Belgische opstand vier jaar eerder. Een voorlopige regering had in 1830 de Belgische onafhankelijkheid uitgeroepen. Gevochten werd er niet meer, maar feitelijk waren Nederland en België nog in oorlog met elkaar.
In Brabant werd die weken geld ingezameld voor de slachtoffers van de overstromingen. De ingezetenen van Breda brachten ruim 595 gulden bijeen. B en W van Breda had het geld maar meteen overgedragen aan het centrale bestuur in Den Bosch. Giften konden nog altijd worden afgegeven bij de secretarie van de gemeente.
Over een paar uur zou in Tilburg de jaarmarkt openen. In Oosterhout lag de burgemeester te woelen in zijn slaap. Hij kampte met een tekort aan veldwachters. Twee had hij er nodig. Een geschikte kandidaat wachtte een traktement van 200 gulden per jaar en kon zich bij hem melden. Wel graag met getuigschriften.
Het was eigenlijk een dag zoals vele andere.
Behalve dan in Loon op Zand.
Daar lag een lijk in een waterput.
Dat van Hendrina Maria K., 74 jaar oud en in rechte lijn zes generaties terug mijn voorouder. ‘Oud-moeder’, zouden genealogen zeggen. Ik zou zelf de term niet hebben bedacht.
Voor mijn familie was het dus niet zo’n gewone dag.
—
Loon op Zand.
Of het nu bezoekers van de jaarmarkt waren, veldwachters in spe of waardetransporten: de reis verliep in die dagen in veel gevallen via Loon op Zand, een verkeersknooppunt halverwege de route Breda – ’s Hertogenbosch, waar de weg van Waalwijk naar Tilburg kruiste. Het was een kleine, vrij onbeduidende gemeente met een eigen bestuur, kroegen en een kerk; met boeren, leerlooiers en schoenmakers. Achter elke deur kon je de aardappeleters van Vincent van Gogh verwachten. Al zou het nog twintig jaar duren voordat de schilder werd geboren: het canvas lag er al.
Hendrina Maria K. en haar man Dominicus van der H. woonden er sinds 1810. Ze kwamen uit het nabij gelegen Waalwijk, samen met hun zes kinderen. Waarschijnlijk woonden ze in de kern van Loon op Zand. Dat valt af te leiden uit een verklaring van een van de kinderen, afgelegd in 1821.
Deze Hendrik, m’n betovergrootvader, wordt als getuige gehoord nadat er in de nieuwjaarsnacht van 1821 een aanslag is gepleegd op de kersvers benoemde schout, Pieter van den Hummel. Lang niet iedereen is het met diens benoeming eens, waarna de nieuwe schout (en latere burgemeester) op de eerste de beste dag van zijn benoeming, 1 januari 1821, ’s avonds op straat wordt beschoten. Daarbij raakt zijn rechterhand verbrijzeld en treft een kogel zijn rechterdij.
In Loon op Zand werden geen halve maatregelen genomen.
Meteen na de aanslag wordt een onderzoek ingesteld door mr. Jacobus Losecaat, rechter ter Instructie bij de Rechtbank van eerste aanleg te Den Bosch. Hij hoort ook Hendrik, dan een jonge vent van 22 die werkt als schoenmaker. Samen met wat vrienden heeft hij die nieuwjaarsdag vanaf een uur of half acht ’s avonds in de herberg van Laurens Verster gezeten, tegenover het kerkhof. Ze drinken er een biertje en biljarten.
Rond negen uur ’s avonds gaat Hendrik naar huis, samen met twee van zijn vrienden. Nadat de andere twee elk hun eigen weg zijn gegaan, noteert de onderzoeksrechter:
…en de comparant (degene die de verklaring aflegt, Hendrik dus in dit geval, red.) is door gegaan tot aan zijn woning, zijnde het eerste huis naast dat van de schout.
Van den Hummel is dan dus de buurman van Dominicus en Hendrina. Hij overleeft de aanslag en blijft tot 1855 burgervader van Loon op Zand. De daders worden nooit gevonden.
—
Terug naar januari 1834 en de waterput.
Als kersverse weduwnaar kon Dominicus niet veel anders dan die ochtend de ongetwijfeld treurige tocht maken naar de burgerlijke stand om daar het overlijden van zijn vrouw aan te geven. Om tien uur die ochtend meldt hij zich bij de balie, samen met zijn zoon Johannes (40 jaar oud en schoenmaker), de oudere broer van m’n betovergrootvader Hendrik. Dominicus is dan 71 jaar oud en verwer/glasmaker van beroep.
Samen doen ze aangifte van het overlijden van hun echtgenoot en moeder Hendrina Maria K., geboren 21 februari 1762 in St. Michielsgestel.
Volgens de overlijdensakte was Hendrina ‘om drie ure des morgens’ overleden. Een te hulp geroepen militaire arts had nog geprobeerd haar te reanimeren. Dat was gebeurd op initiatief van – daar is hij weer – burgemeester Pieter van den Hummel. In een brief aan de rechtbank in Den Bosch later dat jaar, in april, legt hij uit dat Hendrina Maria K. ‘’t zij bij ongeluk, ’t zij opzettelijk’ in een waterput was terecht gekomen en verdronken leek.
Vermoedelijk was de burgemeester te hulp geroepen of afgekomen op het lawaai bij de buren nadat Hendrina was gevonden. In elk geval was Van den Hummel tot actie overgegaan. Hij had het als zijn plicht beschouwd om ‘de noodige middelen te doen aanwenden om gezegde verongelukte zoo doenlijk in het leven te behouden’. Maar er was in de wijde omgeving, ‘op een afstand van anderhalf uur’, geen genees- of heelmeester te vinden. Terwijl er geen minuut viel te verliezen natuurlijk.
Wie wel in de buurt woonde, was de legerarts A. de Jager, officier van gezondheid 3de klasse bij het 1ste Bataljon Grenadiers. De Jager was op 12 september 1831 tijdelijk benoemd als officier van gezondheid. Op 1 oktober was hij overgeplaatst naar de Grenadiers. De officier was in Loon op Zand ‘gekantonneerd’ en werd gevraagd ‘het onderzoek op het lijk wel te willen bewerkstelligen en zoo mogelijk hetzelve in het leven te behouden, alles conform de voorschriften bij drenkelingen naar het leven’. Maar de hulp kwam te laat. Ook De Jager kon niet meer voorkomen dat Hendrina Maria Kolb die nacht ’om drie ure des morgens’ overleed.
—
Wie had het lichaam van Hendrina die nacht gevonden? Dominicus? Een van de zes kinderen? Werd ze vermoord? Was het een ongeluk? Had ze een reden om zelfmoord te plegen? En: Wat deed ze daar in godsnaam, in het holst van de nacht? Vragen genoeg om flink te speculeren over wat er mogelijk die nacht is gebeurd en wat daaraan vooraf was gegaan.
Maar het antwoord is misschien heel wat prozaïscher dan een goed verhaal verdient.
Het was maandag, wasdag.
Noodgedwongen stonden de vrouwen op maandag vroeg op om water te halen. Dat kwam veelal uit een put en moest eerst worden verwarmd. In de winter kostte dat natuurlijk meer tijd dan in andere perioden van het jaar. Dat kan een reden zijn geweest om in alle vroegte water te gaan putten. En misschien heeft Hendrina daarbij haar evenwicht verloren of is ze uitgegleden. Per slot van rekening was ze al 74 jaar oud.
Maar het blijft een theorie. De rechtbank in Den Bosch hield het later op ‘vermoedelijk zelfmoord’ zonder die conclusie verder te onderbouwen. Het blijkt uit een brief van de rechtbank aan het gemeentebestuur van Loon op Zand, bedoeld om de ‘criminele regstkosten’ te verrekenen; opgeteld ‘twee bezoeken, 8 frs’.
Dat bestuur werd overigens fijntjes op de vingers getikt omdat de benodigde papieren niet in orde waren. ‘UEd. gelieve het requisitoir alsnog op te maken en aan mij met de stukken te retourneren’, aldus ‘De officier bij de Regtbank van Eersten Aanleg, zitting houdende te ’s Hertogenbosch, L.U.C. van Heurn’. Voor alle zekerheid was een model bijgesloten zodat ‘het requisitoir’ opnieuw opgesteld kon worden.
Dossiers moeten wel in orde zijn natuurlijk.
Waterput of geen waterput.