7. ‘Goed voor het land’

Over een vlak zeetje gaat het een paar uur later op de motor verder naar het zuiden. Perla is het doel. We varen om de kaap Maslen Nos heen, dat als een vooruitgeschoven wachter in zee steekt. Vijf lange radiomasten van een leger-observatiepost houden een wit vuurtorentje en een uitkijktoren gezelschap. Omdat er rotsen onder water liggen, blijven we een eindje uit de kust.

Perla ligt aan de andere kant van de kaap tegen de zuidhelling. Ook dit is een voormalige residentie van oud-partijleider Zjivkov. Maar het gebouw staat leeg. Volgens Ivan had Robert Maxwell (daar is hij weer) interesse in het fraaie gebouw dat als hotel de rijken der aarde moest gaan ontvangen. Maar Maxwell overleed een klein jaar geleden. De media-tycoon verdronk op 5 november 1991 nabij Tenerife nadat hij van zijn luxe jacht overboord was gevallen. De omstandigheden werden nooit helemaal opgehelderd. 

Na Maxwells’ dood stortte diens imperium in en bleek dat hij zo’n 1,2 miljard dollar uit zijn bedrijven had getrokken, waaronder uit het pensioenfonds van het uitgeefconcern de Mirror Group. Ook werd zijn naam in verband gebracht met de Mossad, de Israëlische geheime dienst. Volgens diverse bronnen zou Maxwell al in 1987 samen met Zjivkov een schimmige deal hebben opgezet om de Bulgaarse schatkist te kunnen plunderen. Daarbij was ook de Bulgaarse geheime dienst, de Darzjavna Sigurnost (DS) betrokken; de dienst die ook in verband werd gebracht met de zogeheten ‘paraplumoord’ op de Bulgaarse schrijver en dissident Georgi Markov in Londen in 1978.

De witwaspraktijken en smokkel verliepen via buitenlandse banken en bedrijven. Dat was mogelijk omdat de partijelite in de tweede helft van de jaren ’80 met instemming van Zjivkov private ondernemingen mocht oprichten om handel met onder meer het westen te drijven. 

Er zijn tal van verhalen over de verstrengeling van de geheime dienst, de zakenwereld en de georganiseerde misdaad. Al voor 1989 controleerde de geheime dienst de illegale doorvoer en smokkel van wapens, drugs, sigaretten, sterke drank, goud en zilver en antiek. 

Tegenover Radio Free Europe ontkende oud-premier Loekanov later de beschuldigingen, die onder meer in The Guardian en The Financial Times waren verschenen. Beide kranten claimden bewijzen te hebben dat Zjivkov, Loekanov en voormalig lid van het Politburo Ognyan Doynov, met hulp van Maxwell, zo’n 2 miljard dollar aan buitenlandse valuta uit het land zouden hebben gesmokkeld. Het geld zou zijn ondergebracht bij banken in Oostenrijk, Lichtenstein en Zwitserland en als startkapitaal zijn gebruikt door verschillende maffiagroepen in Bulgarije.

Loekanov prees later tegenover Radio Free Europe juist de investeringsplannen van Maxwell en zei dat die ‘goed voor het land’ waren. Maar alle ‘goede bedoelingen’ van Maxwell en diens zakenpartners ten spijt: in Perla is daar deze dag niets van te zien. Het is uitgestorven. We moeten diesel tanken maar dat kunnen we vergeten. Omdat we nu echt brandstof nodig hebben, varen we door naar het badplaatsje Primorsko, weer iets verder naar het zuiden. 

*

In de haven van Primorsko worden we aangekeken alsof we aan de harde realiteit zijn ontsnapt. Er is wel diesel te krijgen maar dan moeten we twee kilometer op en neer sjouwen met twee zware jerrycans. Daar zien we van af. De jacht op brandstof lijkt illustratief voor de tekorten waarmee Bulgarije nog steeds kampt. Het hoeft op zich niet zo’n probleem te zijn, volgens Ivan. “Maar er zijn vrijwel geen havens waar je op de steiger kunt tanken. In Kiten, ons volgende doel, wel. Havenmeesters of de lokale bevolking willen meestal wel helpen om brandstof te halen. Maar het kan wel eens een dag duren.”

Door naar Kiten dus. De jachthaven is de grootste marina in het zuiden van Bulgarije. Een paar jaar geleden werd begonnen met de bouw van bungalows, maar dit project is niet afgemaakt. Rondom de haven ligt weer zo’n voormalig jachtgebied van Zjivkov, met beren en wolven. 

Als Ivan wat later van boord stapt, maken we ons op om ook de wal op te gaan. Maar Ivan houdt ons tegen, zonder veel uitleg. Hij gaat geen diesel halen, zoveel is wel duidelijk. “Dit moet ik alleen doen. Als er iemand meegaat, komen daar misschien problemen van.” 

Maria haalt haar schouders op. “Hij weet wat hij doet”, zegt ze, terwijl Ivan tussen enkele auto’s verdwijnt. Een paar uur later is hij terug. Veel meer dan ‘dat is niks geworden’ wil hij niet kwijt. 

Wanneer we ’s avonds naar het dorp gaan, worden we overvallen door wolken muggen. Een sjofele zigeunerkermis brengt een beetje leven in de brouwerij. Toeristen zijn er haast niet, zeker niet uit het westen. Ook hier domineert de vrije markt het straatbeeld; schrale tafels met een beetje groenten of wat ambulante handel. 

Een jong, ondernemend stel heeft een garagebox tot restaurant omgetoverd. Er staan vier tafeltjes op een oprit van acht tegels breed en tien tegels lang. Vanuit de garage serveren ze bier, wijn en spaghetti; koude slierten met warme tomatensaus en enkele gehaktballetjes. Door de muskieten wordt het diner een concert van tikkend bestek en klappende handen. 

Het stel verontschuldigt zich, ze zijn nog maar net begonnen. 

6. Demonstraties

Het zuiden van Bulgarije begint voorbij de kaap Nos Emine en de havenstad Burgas. Nos Emine ligt ruim 55 km ten zuiden van Varna en vormt de uitloper van het langgerekte Stara Planina gebergte dat Bulgarije in noord en zuid verdeelt. In dit deel liggen talrijke aantrekkelijke plaatsjes en verschillende ongerepte baaien, vaak alleen over water bereikbaar.

Ivan besluit een baai in te varen, de Sveta Paraskeva. Wanneer achter het anker is gevallen, voor aan een rotsblok is vastgemaakt en de motor tot zwijgen is gebracht, is het heel even heel nadrukkelijk stil. Roodgrijs graniet omarmt het heldere water. Onder de oever zwemmen talloze scholen kleine visjes. Het bos knerpt, ritselt en geeft allerlei vogelgeluidjes prijs. Dan echoot de roep van Ivan tegen de beboste flanken: “Paraaaadise!”

De plek is inderdaad prachtig en ligt midden in een natuurgebied dat van partijleider Todor Zjivkov is geweest. Vanaf het water gezien is het de communistische variant op een coulisselandschap; zo’n gebied dan vanaf het water beschouwd alleen maar evenwicht en harmonie lijkt te beloven. De falende economie, schaarste en armoede blijven verborgen achter de fraaie rotspartijen en groene bosranden langs de kust. Niet voor niets trokken communistische leiders zich hier graag terug.

Toen hij in 1989 werd afgezet, was kameraad Zjivkov 33 jaar onafgebroken aan de macht geweest. Op 10 november 1989, een dag na de val van de Berlijnse muur, werd de hondstrouwe bondgenoot van de Sovjet-Unie na een paleisrevolutie door zijn vrienden in het Politbureau gedwongen om af te treden ‘wegens gezondheidsredenen’. 

De coup stond onder leiding van ex-minister Peter Mladenov, de latere president. Een van de andere deelnemers was oud-vicepremier Andrej Loekanov. Hij werd in februari 1990 benoemd tot minister-president en begon besprekingen met de oppositie. Dat leidde in maart 1990 tot de invoering van een meerpartijenstelsel en in juni 1990 tot vrije verkiezingen. Die werden met overmacht gewonnen door de (inmiddels ex-) communisten die hun partij hadden omgedoopt tot de Bulgaarse Socialistische Partij. Deze BSP won 211 van de 400 parlementszetels waarna Loekanov vergeefs probeerde een regering van nationale eenheid te vormen.

Maar het rommelde en in het najaar van 1990 laaiden de anticommunistische gevoelens hoog op. Het hoofdkwartier van de BSP werd aangevallen en er vonden opnieuw demonstraties plaats, vooral tegen de aangekondigde economische hervormingen. De vakbonden dreigden met een algemene staking. De economie was volledig gestagneerd. Er waren voedseltekorten, de stroom was op rantsoen en de industrie zwaar verouderd. 

Loekanov diende zijn ontslag en verdween naar de politieke achtergrond. Een ‘regering van deskundigen’ moest economische hervormingen voorbereiden, een nieuwe grondwet opstellen en nieuwe verkiezingen uitschrijven. 

Een jaar eerder waren de buitenlandse kredieten aan Bulgarije stopgezet nadat het was gedwongen om de schuldenlast af te lossen. Er moesten dus ook afspraken worden gemaakt met buitenlandse geldschieters. 

In februari 1991werden economische hervormingen ingevoerd. De prijzen en de wisselkoers werden geliberaliseerd. Ook het staatsmonopolie op de buitenlandse handel werd opgeheven. Volgens een rapport van de Europese Unie (1) was “het toen ingevoerde stabilisatieprogramma gebaseerd op een strikt monetair en budgettair beleid en een drastische inkomenspolitiek. Toen dit beleid aanleiding gaf tot sociale spanningen werd het in september 1991 enigszins ‘versoepeld’.”

Politiek bleef de situatie instabiel. In december 1991 volgden opnieuw verkiezingen maar geen van de deelnemende partijen behaalde een meerderheid. Uiteindelijk werd een nieuwe ‘regering van deskundigen’ gevormd dat tot december 1994 het land zou besturen. Met ex-premier Loekanov liep het overigens niet best af. In 1992 werd hij gearresteerd op beschuldiging van fraude. Ook zou hij als minister van Buitenlandse Handel dubieuze contacten hebben onderhouden met Westerse zakenlieden als Robert Maxwell. De aanklachten werden later weer ingetrokken. 

Loekanov zou uiteindelijk op 2 oktober 1996 voor zijn appartement in Sofia door een onbekende dader in zijn hoofd en borst worden geschoten en overleefde de aanslag niet. Het motief is nooit opgehelderd. Mogelijk werd de dader door een politieke tegenstander ingehuurd maar er werd ook gespeculeerd over een criminele afrekening.

*

In de baai kijkt Ivan genietend om zich heen. Afgezien van een apparatsjik die hier nog een datsja heeft, bestaat volgens hem de lokale bevolking uit onder meer wolven, beren en slangen. “Je moet hier oppassen voor de ‘pep lanka’, een gifslang met een lengte van vijftig centimeter tot een meter. Ze zijn niet zo agressief, alleen als je ze opschrikt. Je moet daarom een beetje uitkijken bij het lopen.” 

Ivan is een van de velen die het nodige verwacht van de opening van het RMD-kanaal en de vrije markteconomie. De slechte economische situatie in de landen rond de Zwarte Zee heeft geleid tot een daling van het aantal bezoekers in Bulgaarse havens. In 1991 telde de havenmeester in Varna nog zo’n honderd jachten; zeventig uit de voormalige Sovjet-Unie, dertig uit het westen. Dit jaar zijn dat er pas een stuk of dertig, terwijl het seizoen al over de helft is.

“Ik zou elke week een stel mensen vanuit Varna hier mee naar toe willen nemen”, gaat Ivan even later verder terwijl hij om zich heen wijst. “Maar hoe leg je ze uit hoe schitterend dit gebied is? Hoe overtuig je ze? Vorig jaar kwam ik hier nog wel eens Bulgaarse schepen tegen. Nu heeft niemand meer tijd. Iedereen heeft het veel te druk met werken, met ondernemen.”