9. USS Monterey

Op een van die dagen tijdens het eerste bezoek, begin van het jaar, gonsde en zoemde het opeens in Varna. Terwijl de sneeuw in de straten begon te smelten, leken de stad en de bewoners op te veren. Het was 1 maart, Baba Marta! 

Iedereen droeg opeens een rood-wit gevlochten armbandje, de martenitsa. Of een rood-wit poppetje of rood-witte kwastjes. Journalisten op de redactie die zich hadden onderscheiden door harde grappen en cynische commentaren, schutterden nu half glimlachend met hun armbandjes en leken net zo te ontdooien als de laatste sneeuwresten op straat.

En dat alles dankzij de nationale feestdag Baba Marta, letterlijk ‘Grootmoeder Maart’. Het is vooral de viering van het einde van de winter en het begin van de lente en een manier om elkaar geluk en gezondheid te wensen.

Het straatbeeld fleurde er van op. Dat was er een paar dagen eerder al een stukje vrolijker op geworden nadat de USS Monterey in Varna was afgemeerd. De Amerikaanse geleide raketkruiser onderbrak haar oefeningen in de Middellandse Zee voor een paar dagen ‘rest and recreation’ in Varna. Daarna zou het aan een NAVO-oefening op de Zwarte Zee gaan deelnemen en een aantal steden rond de Middellandse Zee bezoeken. Opeens zag je in het straatbeeld groepjes flanerende bemanningsleden in karakteristiek ‘Navy Service Dress Blue’. 

Een van de circa 400 opvarenden van de USS Monterey was matroos Billy McLeod. Hij genoot van een biertje op een terras en was in voor een praatje. Met een meewarige blik volgde hij een groepje luidruchtige maten die een café wilden binnen gaan. Nog elf maanden, daarna was hij dienstplichtig af en wilde hij ‘Europa doen’. 

“Ik ben niet zoals de meeste van ons”, zei McLeod, een en al blond blakend Amerikaans. Half-verontschuldigend wees hij met zijn glas naar zijn collega’s. “Zij zijn alleen geïnteresseerd in getting laid and getting drunk. Voor mij is dit het mooiste dat ik kan meemaken: nieuwe mensen ontmoeten, vrienden maken, kletsen met een biertje erbij, met elkaar eten. Dit is waarom ik bij de Navy wilde, om te kunnen reizen en veel mensen te ontmoeten. Niet zoals de rest die, als we ergens wegvaren, zeggen: ‘Het was weer helemaal niets’.”

*

Voor de USS Monterey en de meeste van haar opvarenden was dit dus waarschijnlijk niet veel meer dan een zoveelste beleefdheidsbezoek. Maar voor de bevolking betekende de komst van schip en bemanning heel wat meer. Het bezoek was goed voor de economie en een symbolische opsteker die onderstreepte dat Bulgarije nu toch echt bij het vrije westen hoorde. 

De eigen marinevloot lag bekoorlijk weg te roesten. Tijdens de economische crisis was het defensiebudget met 38 procent verlaagd, van 550 miljoen dollar in 1990 tot 340 miljoen dollar in 1991. ‘Het vermogen van Bulgarije om een ​​marine op te bouwen na de val van de Sovjet-Unie werd negatief beïnvloed door de erfenis van de Koude Oorlog, het gebrek aan defensiehervormingen gedurende bijna een decennium nadat de communistische leiding in 1989 was vervangen en dalende defensiebudgetten’, schreef dr. Deborah Sanders een aantal jaren later. Sanders is hoofddocent bij de afdeling Defence Studies van het King’s College in Londen. Zij deed uitgebreid onderzoek naar onder meer de Bulgaarse en Roemeense marines en de veiligheidssituatie op en rond de Zwarte Zee. 

In ‘The Bulgarian navy after the Cold War: challenges of building and modernizing an effective navy’, neemt Sanders de Bulgaarse marine uitgebreid onder de loep. Tijdens de Koude Oorlog was Bulgarije er altijd vanuit gegaan dat het Warschaupact in het geval van een militair conflict te hulp zou schieten, zo stelt Sanders. De Bulgaarse marine leverde schepen als aanvulling op de Sovjet-vloot in de Zwarte Zee. ‘Als een van de meest loyale bondgenoten van Moskou kreeg Bulgarije niet alleen militaire maar ook economische hulp van de Sovjet-Unie. Tussen 1946 en 1990 ontving Bulgarije bijna 16,7 miljard dollar aan militaire en industriële hulp bij defensie.’

Die bron was na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie opgedroogd en er was niets voor in de plaats gekomen. In de woorden van Sanders: ‘Het verlies van militaire bijstand van de USSR en het gebrek aan latere investeringen in marinemiddelen en -capaciteiten door opeenvolgende Bulgaarse regeringen hadden een negatieve invloed op de maritieme macht van het land. Het verlies van toegang tot Sovjet-reserveonderdelen en -upgrades resulteerde in een ernstige verslechtering van de maritieme uitrusting en capaciteiten’.

*

Hier, in de haven van Sozopol, lag een deel van die verwaarloosde marinevloot vlak voor ons; grijs gebladderd, geroest en verlaten. 

Om de haven aan te lopen, waren we om de punt van het schiereiland waarop Sozopol ligt heen gevaren. Een draagvleugelboot die dagelijks de steden langs de kust met elkaar verbindt, hadden we even voor laten gaan. Het gevaarte scheerde over het water als een lamme eend die maar niet los wil komen. 

De haven lag met de rug naar zee en bood door de ligging waarschijnlijk meer bescherming dan de marine. Aan bakboord in de langgerekte haven lagen een stuk of acht schepen, van verschillende klassen en tonnages. Het was nog net geen scheepskerkhof, de schepen dreven tenminste nog, maar alles ademde verval en vergane glorie. Het was er ook doodstil; geen geroep van werklui, herrie van gereedschap of luidkeelse bevelen. Boven het stadje stak het voormalig opleidingsinstituut voor zeevarenden uit, een markant gehoekt wit gebouw met een torentje en even stil.

Omdat Sozopol een marinebasis huisvest, was de haven altijd verboden voor buitenlandse jachten, ook Russische. Maar een dag na ons bezoek meldt de radio terwijl we onderweg zijn dat de regering Sozopol heeft uitgeroepen tot open city. Voortaan mag iedereen over het water naar binnen. Gejuich aan boord. 

Sozopol zelf is een van de oudste steden aan de Bulgaarse kust. Het is een schilderachtig stadje met uit hout en keien opgetrokken huizen. Handwerkende vrouwen zitten in groepjes voor de woningen en prijzen bijna verlegen hun koopwaar aan: vakkundig gehaakte kleden die aan lange lijnen langs de straatjes hangen. Vijf lome kippen dommelen in de schaduw van een Trabant. ’s Avonds ligt er dauw op het dek. “Dat is een teken dat het morgen mooi weer wordt.”

De voorspelling van Ivan komt uit. De terugweg naar Varna deinen en zwalken we achter de paarse, witte en zwarte banen van de spinnaker aan. De zee is leeg, zoals gebruikelijk. In Bjala – de laatste tussenstop – delen we het haventje achter de strekdam alleen met een paar vissersboten. 

Terwijl de zon ondergaat, komen over de pier drie vissers traag en slepend zingend aangelopen, de armen over elkaar schouders geslagen. Ze houden even halt, zwaaien en brengen ons dan een serenade. 

Sarajevo is heel ver weg.

8. Feestje

De volgende morgen in Kiten komt al vroeg de manager van de jachthaven op bezoek, Georgi. Hij – lang, mager en ongeschoren – heeft een feestje gehad de vorige avond en kijkt nog wat duf. “Hebben jullie niets gehoord? Er is zelfs in de lucht geschoten.”

“De marina en de appartementen zijn voor een deel eigendom van het leger en de geheime dienst”, vertelt hij later bij een kop koffie. “Zij hebben een nieuw contract getekend met een investeerder.” Genoeg reden voor een feestje, maar Georgi is teleurgesteld. “Er moet nog drie miljoen leva in het project worden gestoken, waarvan 750.000 leva in de marina (1). Gisteren is afgesproken dat al het geld in de ontwikkeling en afbouw van de appartementen wordt gestoken. Er worden meer vakantiegangers voor de appartementen verwacht dan in de haven.” Hij wijst: “Jij bent de eerste buitenlandse zeiler die Kiten aandoet.” Het is begin juli en Georgi ziet zijn baan in gevaar komen. 

En hij is niet de enige. Na 1989 kwamen tal van politieagenten, leden van de geheime dienst en militairen zonder werk. Ze vonden vaak nieuw emplooi als bodyguard of beveiliger, of belandden in de criminaliteit. ‘In het wetteloze rauwe kapitalisme dat volgde’, zo zou later journalist Hellen Kooijman schrijven in De Groene Amsterdammer, ‘privatiseerden diverse groeperingen met connecties in de veiligheidsdienst de oude smokkelkanalen. Na 1989 zaten bovendien duizenden politieagenten en worstelaars zonder werk. Ze werden ingezet als bodyguards van meer ervaren gangsters of als instrumentarium om onwillige zakenlieden af te persen. Slimmere vratove (dikke nekken) startten hun eigen business, daarbij geholpen door corrupte ambtenaren en politici.’ (2).

Over de uitkomst van de onderhandelingen en het feestje gisteravond wil Georgi, starend over zijn koffie, niet veel meer kwijt. Ook Ivan doet er het zwijgen toe. Zijn interesse is gewekt door een flink motorjacht dat een beetje haveloos op de wal staat. Het is een cadeautje van Fidel Castro aan Zjivkov. Niemand weet er raad mee. Het jacht zou goed dienst kunnen doen, heeft Ivan bedacht, als begeleidingsvaartuig van flottieljes, van tochten met meerdere zeiljachten. Maar niemand durft een beslissing te nemen over een nieuwe bestemming voor het speeltje van Zjivkov. 

Ivan kijkt even spijtig, totdat we met hulp van Georgi uiteindelijk diesel in kunnen nemen. De schipper is tevreden. “Zes leva per liter en een betere kwaliteit dan dat je meestal krijgt.” 

Via de baai waar de rivier Ropotamo in uitmondt, een prachtig natuurgebied, komen we wat later die dag in Djuni. Het is een typisch modern toeristenoord. Maar in plaats van de hooggestapelde arbeidersparadijzen die je in het noorden veel ziet, is de bouw hier aangepast aan de omgeving. Rond de haven zijn terrasjes, restaurants en een camping. Aan de overkant van de weg liggen wat vakantiehuisjes, winkels en een postkantoor. 

In het kantoor van Balkan Tourist wisselen we dollars. Honderd dollar levert ruim 2200 lev op, een dik pak bankpapier. Maria en Svetoslav raden het wisselen op straat af. Onduidelijk is of er aan de grens nog steeds een wisselbewijs van de bank moet worden getoond als bewijs dat het geld legaal is gewisseld. En of dollars moeten worden terug gewisseld. Bovendien loop je op straat het risico dat je opgelicht wordt en achterblijft met vals geld of oude bankbiljetten. 

Achter de spinaker aan knallen we daarna met halve wind van zee noordwaarts richting Sozopol, 48 mijlen verwijderd van Varna. De gladgeschuurde heuvels zijn soms ruig begroeid, dan weer kaal en rotsachtig. De kust is ingesneden met kliffen en bestrooid met rotsblokken. Er loopt een beetje stroom van noord naar zuid langs de kust, maar daar hebben we weinig hinder van. 

Sozopol is een marinehaven. Zijn we welkom? Dat is de vraag.

7. ‘Goed voor het land’

Over een vlak zeetje gaat het een paar uur later op de motor verder naar het zuiden. Perla is het doel. We varen om de kaap Maslen Nos heen, dat als een vooruitgeschoven wachter in zee steekt. Vijf lange radiomasten van een leger-observatiepost houden een wit vuurtorentje en een uitkijktoren gezelschap. Omdat er rotsen onder water liggen, blijven we een eindje uit de kust.

Perla ligt aan de andere kant van de kaap tegen de zuidhelling. Ook dit is een voormalige residentie van oud-partijleider Zjivkov. Maar het gebouw staat leeg. Volgens Ivan had Robert Maxwell (daar is hij weer) interesse in het fraaie gebouw dat als hotel de rijken der aarde moest gaan ontvangen. Maar Maxwell overleed een klein jaar geleden. De media-tycoon verdronk op 5 november 1991 nabij Tenerife nadat hij van zijn luxe jacht overboord was gevallen. De omstandigheden werden nooit helemaal opgehelderd. 

Na Maxwells’ dood stortte diens imperium in en bleek dat hij zo’n 1,2 miljard dollar uit zijn bedrijven had getrokken, waaronder uit het pensioenfonds van het uitgeefconcern de Mirror Group. Ook werd zijn naam in verband gebracht met de Mossad, de Israëlische geheime dienst. Volgens diverse bronnen zou Maxwell al in 1987 samen met Zjivkov een schimmige deal hebben opgezet om de Bulgaarse schatkist te kunnen plunderen. Daarbij was ook de Bulgaarse geheime dienst, de Darzjavna Sigurnost (DS) betrokken; de dienst die ook in verband werd gebracht met de zogeheten ‘paraplumoord’ op de Bulgaarse schrijver en dissident Georgi Markov in Londen in 1978.

De witwaspraktijken en smokkel verliepen via buitenlandse banken en bedrijven. Dat was mogelijk omdat de partijelite in de tweede helft van de jaren ’80 met instemming van Zjivkov private ondernemingen mocht oprichten om handel met onder meer het westen te drijven. 

Er zijn tal van verhalen over de verstrengeling van de geheime dienst, de zakenwereld en de georganiseerde misdaad. Al voor 1989 controleerde de geheime dienst de illegale doorvoer en smokkel van wapens, drugs, sigaretten, sterke drank, goud en zilver en antiek. 

Tegenover Radio Free Europe ontkende oud-premier Loekanov later de beschuldigingen, die onder meer in The Guardian en The Financial Times waren verschenen. Beide kranten claimden bewijzen te hebben dat Zjivkov, Loekanov en voormalig lid van het Politburo Ognyan Doynov, met hulp van Maxwell, zo’n 2 miljard dollar aan buitenlandse valuta uit het land zouden hebben gesmokkeld. Het geld zou zijn ondergebracht bij banken in Oostenrijk, Lichtenstein en Zwitserland en als startkapitaal zijn gebruikt door verschillende maffiagroepen in Bulgarije.

Loekanov prees later tegenover Radio Free Europe juist de investeringsplannen van Maxwell en zei dat die ‘goed voor het land’ waren. Maar alle ‘goede bedoelingen’ van Maxwell en diens zakenpartners ten spijt: in Perla is daar deze dag niets van te zien. Het is uitgestorven. We moeten diesel tanken maar dat kunnen we vergeten. Omdat we nu echt brandstof nodig hebben, varen we door naar het badplaatsje Primorsko, weer iets verder naar het zuiden. 

*

In de haven van Primorsko worden we aangekeken alsof we aan de harde realiteit zijn ontsnapt. Er is wel diesel te krijgen maar dan moeten we twee kilometer op en neer sjouwen met twee zware jerrycans. Daar zien we van af. De jacht op brandstof lijkt illustratief voor de tekorten waarmee Bulgarije nog steeds kampt. Het hoeft op zich niet zo’n probleem te zijn, volgens Ivan. “Maar er zijn vrijwel geen havens waar je op de steiger kunt tanken. In Kiten, ons volgende doel, wel. Havenmeesters of de lokale bevolking willen meestal wel helpen om brandstof te halen. Maar het kan wel eens een dag duren.”

Door naar Kiten dus. De jachthaven is de grootste marina in het zuiden van Bulgarije. Een paar jaar geleden werd begonnen met de bouw van bungalows, maar dit project is niet afgemaakt. Rondom de haven ligt weer zo’n voormalig jachtgebied van Zjivkov, met beren en wolven. 

Als Ivan wat later van boord stapt, maken we ons op om ook de wal op te gaan. Maar Ivan houdt ons tegen, zonder veel uitleg. Hij gaat geen diesel halen, zoveel is wel duidelijk. “Dit moet ik alleen doen. Als er iemand meegaat, komen daar misschien problemen van.” 

Maria haalt haar schouders op. “Hij weet wat hij doet”, zegt ze, terwijl Ivan tussen enkele auto’s verdwijnt. Een paar uur later is hij terug. Veel meer dan ‘dat is niks geworden’ wil hij niet kwijt. 

Wanneer we ’s avonds naar het dorp gaan, worden we overvallen door wolken muggen. Een sjofele zigeunerkermis brengt een beetje leven in de brouwerij. Toeristen zijn er haast niet, zeker niet uit het westen. Ook hier domineert de vrije markt het straatbeeld; schrale tafels met een beetje groenten of wat ambulante handel. 

Een jong, ondernemend stel heeft een garagebox tot restaurant omgetoverd. Er staan vier tafeltjes op een oprit van acht tegels breed en tien tegels lang. Vanuit de garage serveren ze bier, wijn en spaghetti; koude slierten met warme tomatensaus en enkele gehaktballetjes. Door de muskieten wordt het diner een concert van tikkend bestek en klappende handen. 

Het stel verontschuldigt zich, ze zijn nog maar net begonnen. 

6. Demonstraties

Het zuiden van Bulgarije begint voorbij de kaap Nos Emine en de havenstad Burgas. Nos Emine ligt ruim 55 km ten zuiden van Varna en vormt de uitloper van het langgerekte Stara Planina gebergte dat Bulgarije in noord en zuid verdeelt. In dit deel liggen talrijke aantrekkelijke plaatsjes en verschillende ongerepte baaien, vaak alleen over water bereikbaar.

Ivan besluit een baai in te varen, de Sveta Paraskeva. Wanneer achter het anker is gevallen, voor aan een rotsblok is vastgemaakt en de motor tot zwijgen is gebracht, is het heel even heel nadrukkelijk stil. Roodgrijs graniet omarmt het heldere water. Onder de oever zwemmen talloze scholen kleine visjes. Het bos knerpt, ritselt en geeft allerlei vogelgeluidjes prijs. Dan echoot de roep van Ivan tegen de beboste flanken: “Paraaaadise!”

De plek is inderdaad prachtig en ligt midden in een natuurgebied dat van partijleider Todor Zjivkov is geweest. Vanaf het water gezien is het de communistische variant op een coulisselandschap; zo’n gebied dan vanaf het water beschouwd alleen maar evenwicht en harmonie lijkt te beloven. De falende economie, schaarste en armoede blijven verborgen achter de fraaie rotspartijen en groene bosranden langs de kust. Niet voor niets trokken communistische leiders zich hier graag terug.

Toen hij in 1989 werd afgezet, was kameraad Zjivkov 33 jaar onafgebroken aan de macht geweest. Op 10 november 1989, een dag na de val van de Berlijnse muur, werd de hondstrouwe bondgenoot van de Sovjet-Unie na een paleisrevolutie door zijn vrienden in het Politbureau gedwongen om af te treden ‘wegens gezondheidsredenen’. 

De coup stond onder leiding van ex-minister Peter Mladenov, de latere president. Een van de andere deelnemers was oud-vicepremier Andrej Loekanov. Hij werd in februari 1990 benoemd tot minister-president en begon besprekingen met de oppositie. Dat leidde in maart 1990 tot de invoering van een meerpartijenstelsel en in juni 1990 tot vrije verkiezingen. Die werden met overmacht gewonnen door de (inmiddels ex-) communisten die hun partij hadden omgedoopt tot de Bulgaarse Socialistische Partij. Deze BSP won 211 van de 400 parlementszetels waarna Loekanov vergeefs probeerde een regering van nationale eenheid te vormen.

Maar het rommelde en in het najaar van 1990 laaiden de anticommunistische gevoelens hoog op. Het hoofdkwartier van de BSP werd aangevallen en er vonden opnieuw demonstraties plaats, vooral tegen de aangekondigde economische hervormingen. De vakbonden dreigden met een algemene staking. De economie was volledig gestagneerd. Er waren voedseltekorten, de stroom was op rantsoen en de industrie zwaar verouderd. 

Loekanov diende zijn ontslag en verdween naar de politieke achtergrond. Een ‘regering van deskundigen’ moest economische hervormingen voorbereiden, een nieuwe grondwet opstellen en nieuwe verkiezingen uitschrijven. 

Een jaar eerder waren de buitenlandse kredieten aan Bulgarije stopgezet nadat het was gedwongen om de schuldenlast af te lossen. Er moesten dus ook afspraken worden gemaakt met buitenlandse geldschieters. 

In februari 1991werden economische hervormingen ingevoerd. De prijzen en de wisselkoers werden geliberaliseerd. Ook het staatsmonopolie op de buitenlandse handel werd opgeheven. Volgens een rapport van de Europese Unie (1) was “het toen ingevoerde stabilisatieprogramma gebaseerd op een strikt monetair en budgettair beleid en een drastische inkomenspolitiek. Toen dit beleid aanleiding gaf tot sociale spanningen werd het in september 1991 enigszins ‘versoepeld’.”

Politiek bleef de situatie instabiel. In december 1991 volgden opnieuw verkiezingen maar geen van de deelnemende partijen behaalde een meerderheid. Uiteindelijk werd een nieuwe ‘regering van deskundigen’ gevormd dat tot december 1994 het land zou besturen. Met ex-premier Loekanov liep het overigens niet best af. In 1992 werd hij gearresteerd op beschuldiging van fraude. Ook zou hij als minister van Buitenlandse Handel dubieuze contacten hebben onderhouden met Westerse zakenlieden als Robert Maxwell. De aanklachten werden later weer ingetrokken. 

Loekanov zou uiteindelijk op 2 oktober 1996 voor zijn appartement in Sofia door een onbekende dader in zijn hoofd en borst worden geschoten en overleefde de aanslag niet. Het motief is nooit opgehelderd. Mogelijk werd de dader door een politieke tegenstander ingehuurd maar er werd ook gespeculeerd over een criminele afrekening.

*

In de baai kijkt Ivan genietend om zich heen. Afgezien van een apparatsjik die hier nog een datsja heeft, bestaat volgens hem de lokale bevolking uit onder meer wolven, beren en slangen. “Je moet hier oppassen voor de ‘pep lanka’, een gifslang met een lengte van vijftig centimeter tot een meter. Ze zijn niet zo agressief, alleen als je ze opschrikt. Je moet daarom een beetje uitkijken bij het lopen.” 

Ivan is een van de velen die het nodige verwacht van de opening van het RMD-kanaal en de vrije markteconomie. De slechte economische situatie in de landen rond de Zwarte Zee heeft geleid tot een daling van het aantal bezoekers in Bulgaarse havens. In 1991 telde de havenmeester in Varna nog zo’n honderd jachten; zeventig uit de voormalige Sovjet-Unie, dertig uit het westen. Dit jaar zijn dat er pas een stuk of dertig, terwijl het seizoen al over de helft is.

“Ik zou elke week een stel mensen vanuit Varna hier mee naar toe willen nemen”, gaat Ivan even later verder terwijl hij om zich heen wijst. “Maar hoe leg je ze uit hoe schitterend dit gebied is? Hoe overtuig je ze? Vorig jaar kwam ik hier nog wel eens Bulgaarse schepen tegen. Nu heeft niemand meer tijd. Iedereen heeft het veel te druk met werken, met ondernemen.” 

5. Buien

Om een uur of elf ’s avonds verlaten we het haventje waar Ivan de boot heeft liggen. Het is een Petterson kajuitzeiljacht van een kleine tien meter. Snel steken we de scheepvaartroute over. Het is rustig op het water. Er liggen meer schepen voor anker wachtend op lading dan dat er rond varen. 

Over een fluorescerende zee gaat het naar het zuiden. Een mijl uit de kust ligt de steven urenlang vastgeklemd tussen een heldere ster hoog in het bakboordswant en een rood baken op de wal, stuurboord van de mast. Ivan en Maria duiken al vrij snel na het vertrek in hun kooi. De koers is pal zuid, 180 graden. Het buitenmaats model kompas komt van een koopvaardijschip en bewijst goede diensten. 

Verderop in het zuiden ligt de Bosporus naar de Middellandse Zee. Van de haven van Istanbul naar die van Varna is over water zo’n 180 zeemijl, zo’n 335 kilometer. De Bosporus is een flessenhals die westerse schepen en jachten dit jaar liever voorbij varen. Sinds kort is er wel een nieuwe toegangspoort, een waarvan in de Balkan wordt gehoopt dat het de Mare Incognitum verder zal ontsluiten. Alsof er geen zwaarbevochten grenzen bestaan, wordt dwars door Europa hard gewerkt aan de voltooiing van een kanaal dat de Noordzee in het westen rechtstreeks verbindt met de Zwarte Zee in het oosten: het Rijn-Main-Donau-kanaal.

Al in de tijd van Karel de Grote werd gedroomd van zo’n verbinding tussen de stroomgebieden van de Rijn en de Donau. Een deel van het kanaal is al in gebruik en in september 1992 gaat het hele RMD-kanaal open. Dat moet, zo is de hoop in Roemenië en Bulgarije, een impuls geven aan het vrachtvervoer. Maar langs de boorden van de Zwarte Zee hoopt iedereen toch ook op een boost van het toerisme. Dat is hard nodig. De economie van Bulgarije is na 1989 door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie sterk ingezakt, waarbij de levensstandaard daalde met 40 procent. 

In de regel waait er aan de Bulgaarse kust van begin mei tot eind september ’s nachts een aflandige wind die in de loop van de ochtend gaat liggen. Een paar uur later steekt er dan vanaf zee een briesje op die in de loop van de dag zal draaien. Maar de afgelopen dagen was het weer van slag. ’s Nachts draait de wind dan ook alle kanten op. Het eerste uur na ons vertrek is het windstil en moet de motor bij. 

Dan brengt een zachte bries warme dennengeur vanaf het land. De wind wakkert aan. Ter hoogte van het plaatsje Byala staat er al een dikke vijf en schuimend ruist de zee om ons heen; groen oplichtende golven laten het schip af en toe flink rollen. De halve wind zwenkt van lieverlee naar de bakstag. De lucht trekt dicht en achteromkijkend zien we felle bliksemschichten een zwart gordijn uiteen rijten. De Petterson racet snorrend en trillend over de golven, op de huid gezeten door de bakstagwind. 

De zee doet z’n oude Griekse naam eer aan. Omdat het hier in de Griekse oudheid moeilijk navigeren was, zeker in zware stormen of met dichte mist, noemden de oude Grieken deze zee Pontos Axeinos: ‘Donkere’ of ‘Sombere Zee’. Dat werd al in de eerste eeuw na Christus vastgelegd door de Romeinse geograaf Pomponius Mela. Volgens hem kwam de benaming van Griekse reizigers die na ontberingen als storm en dichte mist vaak ook nog eens te maken kregen met een strijdlustige lokale bevolking langs de kusten. Waarschijnlijk waren de Romeinen een paar eeuwen later al wat meer vertrouwd geraakt met de Zwarte Zee. Zij spraken juist van Pontos Euxinos: de ‘Gastvrije Zee’. 

Gastvrij of niet, opeens en zonder waarschuwing varen we hoog aan de wind en gaat het snel harder waaien. Telkens lichten er schuimkoppen op. Met het ongereefde grootzeil en de genua op loopt het schip na een paar stevige rukwinden uit het roer. We hangen tussen omslaan en drooghouden. Dan schieten we met het zweet in de handen in de wind op. Met een gewaarschuwde Ivan strijken we snel de genua en hijsen we een kleiner voorzeil. Als om vijf uur de zon opkomt, krimpt Aeolus ineen na een laatste ademtocht uit het oosten. We zijn gevorderd tot de kaap Nos Emin. De motor moet aan en pruttelt slaapverwekkend. 

Een uurtje later is het helemaal licht. In de wijde verte is geen schip te zien.

 “Als je nu langs de kust vaart en hier niet bekend bent, dan heb je het niet makkelijk”, zei de Russische zeezeiler Vladimir Troitsky eerder die week. ‘Er zijn geen pilots en kaarten zijn vaak moeilijk leesbaar door het cyrillisch schrift. Maar er wordt aan gewerkt.”

Dat was de zondag voor vertrek, aan het eind van de ochtend. In de kajuit van de Hermes deinden de gerookte worsten hangend aan het plafond. Een van de zeilers sneed een paar flinke plakken worst en kaas en vulde een paar schaaltjes met olijven en reepjes tomaat. Met zijn zeskoppige bemanning was Vladimir met de Hermes onderweg van Sebastopol in de Krim naar Istanbul. Alle opvarenden waren lid van de zeilclub van de Zwarte Zeevloot van de Sovjet-Unie. De mannen kwamen uit Litouwen, Rusland en de Oekraïne. Van nationalistische tegenstellingen was aan boord van de Hermes geen sprake. “We zijn allemaal vrienden van de zee”, klonk het eensgezind. 

Een aantal glazen wodka later was ook de verbroedering van oost en west compleet. 

4. Ivan

Nu was het zomer. De sneeuw was al lang verdwenen en de zware dampen verwaaid. Er reden wat meer westerse auto’s dan afgelopen winter, zo op het oog aangevoerd door Mercedes en Volkswagen. Met de lente was ook het straat- en buitenleven teruggekomen. 

Het doel was om met een zeilboot de Bulgaarse kust ten zuiden van Varna te gaan verkennen. De plannen waren die winter al voorgekookt bij enkele glazen drank in het zeilerscafé. Varna was de woonplaats en thuishaven van Ivan Grekov. Als je op donderdagavond het vaste groepje zeezeilers in hun kroeg in de Maxim Gorkistraat opzocht, hoorde je al snel zijn naam vallen. De 31-jarige Grekov was in Bulgarije beroemd onder zeilers. In het café werden zijn kwaliteiten breed uitgemeten. Zo was hij op zijn vijftiende al nationaal kampioen in de kwarttonner-klasse. Hij nam deel aan internationale regatta’s, runde een zeilschool, een charterbedrijf en een agentuur. En of dat niet genoeg was, probeerde hij met het syndicaat Bulgarian Hope twee miljoen dollar bij elkaar te krijgen voor deelname aan de Whitbread 1993-’94, een vermaarde zeilrace rond de wereld. Kortom: dit was ‘the guy to meet’.

Ivan – open gezicht, zongebleekte haardos – was al snel warmgelopen voor het idee. Zoals veel van zijn landgenoten omarmde hij elke kans die hij zag om zaken te kunnen doen en – in zijn geval – het toerisme en de watersport te bevorderen. Er werden die winter tal van zakelijke voorstellen gedaan. Dat werd vrijwel altijd afgesloten met de opmerking: ‘Als je me helpt, krijg jij natuurlijk ook een percentage.’ 

Voor Ivan was een reis langs de kust een prima gelegenheid om de banden met zijn zakelijke partners aan te halen en nieuwe markten te verkennen. “Neem contact met me op tegen de tijd dat je terugkomt, ok?”, zei hij enkele dagen na de kennismaking. “Dan regel ik een boot en gaan we op pad. Het is voor mij ook goed om straks te zien hoe de andere havens er bij liggen.”

Ivan is dus de komende dagen onze schipper, gids en metgezel. Zijn vriendin Maria en z’n vriend Svetoslav gaan ook mee. We vertrekken aan het eind van een warme avond. Eerder op de dag hebben we een aantal dozen en tassen proviand aan boord gebracht, voor de eerste paar dagen. Totale kosten? Een paar dollar. 

3. ‘Zegeningen’

Vladimir had niets teveel gezegd. De ontvangst die winter was warm en hartelijk geweest. De redactie had onderdak geregeld bij een vriendelijk gastgezin, een paar straten verderop. Als de stroom op de redactie uitviel, kwamen de flessen op tafel. “Het is veel erger geweest”, klonk het al snel. En met een grijns: “Dit zijn de zegeningen van het kapitalisme.” 

Maar er waren ook cynischer reacties. “Dezelfde boeven hebben het weer voor het zeggen”, hoorde je die winter vaak. “De nomenklatura (de elite van de communistische partij, red.) bepaalt alles. Net als vroeger, toen iedereen ‘gelijk’ was.”

Ook leek het alsof zo’n beetje iedereen vanwege de slechte economische situatie een eigen bedrijfje was begonnen, of op het punt stond te beginnen. Zo wemelde het in de kelderruimtes onder de woonblokken in Varna van de souvernirwinkeltjes, kapsalons en tabakverkopers. Een beter bestaan werd letterlijk van onderaf opgebouwd. 

Als eerste buitenlandse keten had McDonalds een vestiging in Varna geopend. De eerste dagen van de opening stond er voor de deur een lange rij, alsof er niets was veranderd. Maar de schaarste van vroeger was ingeruild voor het recht op vrije keuze. Ouders met kinderen, tieners, opa’s en oma’s; iedereen wilde er minstens een keer zijn geweest. Vooral vanwege de symboliek, eerder dan vanwege de kwaliteit van het voedsel, Na Levis en Coca Cola was dit opnieuw een westers icoon dat kon worden omarmd. Het waren vrije hamburgers.